Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.8530
15 juni 1963

Voorwaarden om door God te worden aangesproken

Wanneer mijn woord in u kan weerklinken, dan is ook de verhouding van u als kind tot Mij hersteld. Dan luistert u in uw binnenste en verneemt mijn aanspreken, omdat u ernaar verlangt te worden aangesproken door uw God en Vader van eeuwigheid. Dan is dus ook de juiste wilsbeslissing genomen. Want de ziel - de op aarde belichaamde oergeest - zal nooit tegen haar wil mijn woord kunnen vernemen, maar is in vrije wil steeds dichter bij Mij gekomen en heeft zichzelf ook terug veranderd tot liefde, zodat ze nu mijn stem weer in zich kan vernemen, zoals in het allereerste begin.

De terugkeer naar Mij is wel voltrokken, maar de graad van rijpheid van de zielen kan heel verschillend zijn, in overeenstemming met de graad van liefde die voortdurend hoger ontwikkeld kan worden. En dan is mijn woord ook des te duidelijker verneembaar. Steeds is het een overstromen van mijn gedachten in het hart van de mens. Steeds is het een openbaren mijnerzijds aan de mens die door de liefde innig met Mij verbonden is.

Niet het menselijk oor verneemt mijn stem, maar Ik spreek door de geest tot de ziel die nu eerst weer dat wat ze heeft vernomen aan het verstand overbrengt, dat de woorden opneemt en de wil van de mens beweegt ze neer te schrijven, om dat vast te houden, wat mijn liefde aan de mensen wil openbaren. Het is een toestralen van gedachten van Mij zelf vanuit het geestelijke rijk. Want de mens zelf zou zich zo'n weten, dat hem door mijn openbaringen wordt overgebracht, niet kunnen doen toekomen. Want alle gedachten zijn stromingen die uit het geestelijke rijk komen. En het hangt alleen van de plaats van herkomst af, hoe ze gebruikt mogen worden.

Wanneer ik nu zelf een mens kan aanspreken, dan is dit al een bewijs dat de oerstaat spoedig is bereikt. Want anders is de mens niet in staat mijn stem te vernemen. Ieder mens kan zich wel zo vormen dat hij geschikt is als opnamevat voor het stromen van mijn geest, dat in de vorm van mijn woord de mensen treft. Doch maar zelden weten de mensen er van af. En slechts zelden vormt een mens zichzelf weer opnieuw tot liefde. De liefde die hij eens vrijwillig had afgewezen. Maar wie het doet, zal door zijn leven in liefde ook tot een levend geloof komen, dat Ik hem aanspreek, dat hij in staat is Mij te horen. En dan zal hij ook binnen in zich luisteren.

En waarlijk, Ik zal me aan hem openbaren. Hij zal weer het woord horen, zoals in het allereerste begin, en gelukkig zijn. Want nu komt een omvangrijk weten tot hem. Hij krijgt weer het inzicht terug dat hij had verloren. Het zal helder licht in hem zijn en de nauwe verbinding met Mij levert hem ook geestelijke kracht op die door mijn woord op hem over stroomt. Er worden in hem weer talenten gewekt die in hem sluimerden omdat de liefde ze eerst moet doen ontwaken. De mens vergoddelijkt zijn ziel steeds meer en hij vervult helemaal het doel van zijn aardse bestaan: hij sluit zich geheel aaneen met Mij. Hij kan als voltooid binnengaan in het geestelijke rijk na het overlijden van zijn aardse lichaam.

Maar slechts zelden brengt een mens een zo innige band met Mij tot stand, dat hij mijn woord in zich kan vernemen. Maar is dit het geval, dan is daar ook een missie aan verbonden: dat hij mijn woord doorgeeft aan diegenen die Ik niet rechtstreeks kan aanspreken omdat daarvoor niet aan alle voorwaarden is voldaan. En zo is Mij nu ook de mogelijkheid gegeven, mijn wil aan de mensen bekend te maken.

Want alle mensen moeten van mijn wil op de hoogte zijn, om die nu ook te kunnen vervullen. En wie nu mijn openbaringen aanneemt, zal ook zijn best doen naar mijn wil te leven. En iedereen kan zich dan ook zelf zo vormen, dat Ik hem rechtstreeks kan aanspreken. Zij het, dat Ik zijn gedachten juist leid, of dat hij mijn woord kan lezen dat rechtstreeks naar de aarde wordt gestuurd. Maar steeds moet zijn wil bereid zijn naar Mij te luisteren. En dan zal hij steeds alleen maar zegen ondervinden door mijn aanspreken, ongeacht of dit nu rechtstreeks of door mijn boden tot hem is gebracht.

Maar gelukkig is ieder die de innerlijke zekerheid heeft dat God Zelf tot de mensen spreekt. Gelukkig is ieder die de genade heeft, kennis te nemen van mijn woord. Gelukkig is degene die zo aan zichzelf werkt, dat hij zichzelf vormt tot opnamevat van mijn geest. Want hij zal zeker kunnen zijn van mijn aanwezigheid. Mijn tegenwoordigheid wordt hem duidelijk, wanneer hij Mij zelf in zich verneemt. En hij zal dan ook weten dat hij niet ver meer van Mij en zijn doel is verwijderd, waar hij definitief met Mij is verenigd, waar mijn woord weer in hem zal weerklinken, zoals het was in het begin, waar hij weer met Mij van gedachten zal kunnen wisselen en eeuwig gelukzalig is.

Amen