Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.8250
24 augustus 1962

God en Jezus zijn één - De menswording van God

Dat de geestelijke toestand van de mensen steeds duisterder wordt, komt ook daarvandaan, dat ze niet in staat zijn de "eenwording" van God met Jezus te begrijpen en dat ze derhalve ook voor de "menswording" van God niet het juiste begrip hebben. Ze zijn door de leerstelling van de Godheid in drie personen tot een verkeerd denken gekomen. Maar steeds weer moet gezegd worden dat de eeuwige Godheid niet kan worden voorgesteld als persoon, dat ze dus niet anders is voor te stellen dan als Kracht die de hele oneindigheid vult. Deze Kracht is niet te begrenzen en kan dus ook niet als "vorm" worden gedacht, maar ze kan een vorm geheel doorstralen.

En de gebeurtenis van een algehele doorstraling met goddelijke kracht heeft bij de mens Jezus plaatsgevonden. Hij was vol van liefde. En liefde is de oersubstantie van de eeuwige Godheid, die onophoudelijk wordt uitgestraald in de oneindigheid, die alles laat ontstaan en alles behoudt.

En deze goddelijke kracht van liefde doorstraalde dus de menselijke vorm Jezus en dus manifesteerde ze zich in Hem. Gods oerwezen nam Zijn intrek in de mens Jezus en dus werd God "mens". En daar Jezus helemaal vervuld was met de oersubstantie Gods, werd Hij "God". Want ook het menselijk omhulsel kon zich na Zijn kruisdood als helemaal vergeestelijkt met God verenigen, zodat Jezus dus nu tot een godheid werd die men zich kan voorstellen. Zodat de mens zich God niet anders kan voorstellen dan in Jezus, maar dat er nooit van "twee personen" sprake kan zijn.

De mens Jezus had op aarde het doel bereikt: de volledige vergoddelijking, die alle geschapen wezens moeten bereiken. Want God wilde evenbeelden scheppen, wier laatste voleinding echter door de vrije wil van het wezen zelf moet worden bereikt.

De mens Jezus heeft niet alleen door een leven in liefde deze vergoddelijking bereikt, maar door het verlossingswerk heeft Hij ook de zondeschuld van de mensheid gedelgd. Want Hij deed een beroep op de kracht van Gods liefde, daar Hij anders niet in staat zou zijn geweest het ontzettende leed en de kruisdood te verdragen. En deze liefdeskracht was het oerelement van God, dus was God zelf in alle volheid in de mens Jezus en heeft het verlossingswerk volbracht.

Wanneer u mensen echter van een God in drie personen spreekt, is dat een misleidend begrip, want de eeuwige Godheid kan niet als persoon worden voorgesteld. Want ze is alleen Liefde, en deze Liefde manifesteerde zich in Jezus. En nu was de eeuwige goddelijke Geest werkzaam in Jezus en Hij is voor alle wezens alleen in Jezus voor te stellen.

Omdat de door God eens geschapen wezens daarom van Hem afvielen, omdat ze Hem niet konden zien, is Hij in Jezus voor hen tot een zichtbare God geworden. Maar Jezus is geen tweede wezen dat naast God is te denken.

Hij is God, want God is liefdeskracht die een geheel vergeestelijkte vorm doorstraalde. Deze was dus alleen nog maar goddelijke Oersubstantie en daarom ook alleen maar te zien voor die wezens die zich eveneens vergeestelijkt hebben om het geestelijke te kunnen schouwen.

Wanneer van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wordt gesproken, is dat als aanduiding voor het Wezen van God wel geldig, wanneer de Vader als liefde, de Zoon als wijsheid en de Heilige Geest als kracht, als wil of macht van God wordt erkend. Want het wezen van God is liefde, wijsheid en macht.

Maar het doel dat God zich stelde bij de schepping van de wezens - de vergoddelijking van deze wezens in vrije wil - verklaart als het bereikt wordt ook de menswording van God in Jezus - de zichtbare Godheid in Jezus - terwijl de Godheid in drie personen helemaal geen juiste verklaring toelaat, dat wil zeggen: een uitleg volgens de waarheid.

De mensen hebben voor zichzelf begrippen gemaakt die het geestelijk rijp worden in de weg staan, omdat er slechts één God kan worden aangeroepen, maar er mag niet tot drie verschillende goden worden gebeden. Integendeel, God zelf wil worden herkend in Jezus en daarom kan Hij alleen maar worden aanbeden in Jezus.

En Hij eist van alle mensen erkenning, omdat Hem eens de erkenning werd geweigerd en omdat tegelijkertijd ook het verlossingswerk moet worden erkend. Want zonder Jezus Christus kan geen mens vergeving van zijn oerschuld verkrijgen en daarom moet de mens zich voor Hem uitspreken. Hij moet geloven dat God zelf zich om de mensheid bekommerde en in Jezus het verlossingswerk heeft volbracht.

Amen