Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.6842
31 mei 1957

Gods wil treedt op de voorgrond wanneer de tegenstander grenzen overschrijdt

U mensen zult aan de wil van God geen weerstand kunnen bieden wanneer Hij deze actief laat worden. Zijn wil regeert in de hemel en op de aarde, in het lichtrijk evenals in het rijk der duisternis. Maar Hij zal zijn wil alleen gebruiken wanneer de tegenstrijdige wil zo volledig uit de ordening treedt dat hij buiten werking moet worden gesteld om niet het nog wilszwakke geestelijke in gevaar te brengen dat nog niet helemaal een prooi van de vorst der duisternis is. In het lichtrijk geldt alleen de wil van God en al het geestelijke past zich met een liefdevol hart aan deze wil aan en vindt in de uitvoering van de goddelijke wil zijn gelukzaligheid. Maar op aarde heeft de wil van het geestelijke - van de mensen - nog niet geheel beslist of het zich voor de wil van God zal buigen of zich door de vorst der duisternis gevangen zal laten nemen. En hoewel de wil van God steeds bepalend is, zal deze zich tegenover de mens toch stil houden. Dat wil zeggen: God gebruikt geen wilsdwang, maar Hij tracht op andere manieren dat te bereiken wat Hij zich ten doel heeft gesteld, dat de mens zich vrijwillig naar Zijn wil schikt. Zijn doel is en blijft de aanpassing van het wezenlijke aan de goddelijke wet van eeuwigheid.

Voor God is het weliswaar gemakkelijk het wezen in die goddelijke ordening te plaatsen, maar dit is voor Hem niet voldoende. De aanpassing moet in volledige wilsvrijheid gebeuren. Dan pas wordt het wezen geschikt voor het lichtrijk waar alleen de wil van God regeert. Daarom echter is de aarde een verblijfplaats om zich te ontwikkelen, waar chaotische toestanden naast goddelijke ordening te vinden zijn, waar de mensen zelf bepalen wat ze van hun leven op aarde maken, in welke sfeer ze leven en welke graad van ontwikkeling ze bereiken. De wil van God bepaalt de mensen niet. Integendeel, Hij laat ook dat toe wat niet met Zijn wil of Zijn eeuwige ordening overeenstemt. Maar Hij is ervan op de hoogte en zal zoiets ook weer tot een middel laten worden dat heilzaam kan zijn en de positieve ontwikkeling bevordert.

God is machtig en wijs. Hij gebruikt Zijn macht waar Zijn wijsheid de doeltreffendheid inziet en Hij trekt Zijn wil terug wanneer de wil van het wezen vrij moet beslissen om de volmaaktheid te bereiken. En zo zal Hij ook de wezens in de duisternis laten razen en werken, doch dan steeds een halt toeroepend, wanneer van die kant een inbreuk op de vrije wil van de mens op aarde is voorzien. En zo’n inbreuk zal steeds voor het einde van een verlossingsperiode plaatsvinden en ook nu weer te verwachten zijn, die daarin bestaat dat het de mens onmogelijk zal worden gemaakt een vrije wilsbeslissing te nemen in zoverre, dat de ene keer gedwongen op de mensen wordt ingewerkt het geloof in God prijs te geven en de andere keer de mensen door dwangmaatregelen het weten over God en over het verlossingswerk zal worden onthouden.

Zolang de mens nog de mogelijkheid van een vrije wilsbeslissing blijft, is hij er zelf verantwoordelijk voor hoe hij beslist. Wanneer hem echter deze mogelijkheid wordt ontnomen, dan handhaaft de wil van de tegenstander van God zich en dan vindt de tegenstander in God zijn Meester die alles regeert in de hemel en op aarde. Dan zal de wil van God ook Zijn tegenstander de vrijheid ontnemen en hem binden, opdat de goddelijke ordening niet geheel omver wordt gestoten. Dan zal Zijn macht zich bewijzen tegenover alles wat zich vijandig instelt tegenover Hem.

En het duurt niet lang meer tot deze inbreuk van de kant van de tegenstander duidelijk zichtbaar wordt. Want de tijd is gekomen dat de wilszwakte van de mensen geen weerstand meer kan bieden, dat de tegenstander gemakkelijk spel heeft en dat hij het geheel rijp worden van de mensen onmogelijk zou maken wanneer niet een Sterkere hem zijn macht ontneemt. Want God is wel lankmoedig en geduldig en Hij ziet het zeer lang aan hoe Zijn tegenstander woedt onder de mensheid, maar Hij laat hem niet de overwinning. Hij helpt het zwakke dat zich niet tegen die ander kan verzetten en Zijn wil is voldoende om aan diens geraas een einde te maken, hoewel het lange tijd zal lijken alsof de tegenstander zijn doel zal bereiken. Want alleen God regeert in de hemel en op de aarde, in het lichtrijk en ook in de duistere wereld.

Amen