BD.5923
5 april 1954
De kerk van Christus - Een levend geloof
Alleen een levend geloof maakt u tot leden van mijn kerk die
Ik zelf op aarde heb gesticht. Onverschillig tot welke confessie u ook
behoort, u moet een geloof bezitten zoals Petrus, want alleen op zo'n
geloof wordt mijn kerk gebouwd op een geloof, dat levend is geworden door
de liefde.
En dit levend geloof kunt u in elk kerkgenootschap bereiken als dat wat
u onderwezen wordt, u aanspoort tot het werkzaam zijn in liefde en wanneer
u nu ijverig werk verricht dat altijd de liefde als beweegreden heeft.
Dan bezit u een levend geloof, dan brengt u bewust de verbinding met Mij
tot stand. Ik leef dan als het ware in en naast u, en dan pas leeft u uw aardse
leven bewust. U streeft één doel na en alles wat u doet
is op dat doel gericht, op Mij.
En het is u toch wel duidelijk dat ieder mens Mij na kan streven, onverschillig
tot welk kerkgenootschap hij behoort. Zodra hij maar aan Mij gelooft,
aan Mij, die als de mens Jezus op aarde leefde om de mensen te verlossen,
is ook de eerste steen aanwezig voor mijn kerk, die onverwoestbaar zal
zijn als een rots, wanneer het geloof door de liefde onwankelbaar is geworden.
Dan kunnen de geweldigste stormen er aanrukken, het zal standhouden. Alleen
op zo'n geloof kan mijn kerk gegrondvest worden en ze blijft bestaan tot
in alle eeuwigheid.
Wie een waar en levend geloof heeft - wat het gevolg is van een leven
in liefde, die zal ook in de waarheid wandelen. Die zal ook kunnen onderscheiden
wat goddelijke en wat menselijke leerstellingen zijn. Hij zal steeds meer
en meer de goddelijke leerstellingen tot zijn levensprincipe laten worden,
en aan de menselijke leerstellingen geen aandacht schenken. Hij zal gewaar
worden waarin mijn wil bestaat, ofschoon hij van de kant van de mensen
tot handelingen wordt aangezet die nooit door Mij gewild zijn.
Hij staat dan op de rots die mijn kerk draagt en betreedt geen grond meer
waarop hij dreigt te verzinken. Hij komt dan alleen nog uit voor de zuivere
waarheid want in hem is het leven, en daarom is zijn hele streven ook
op dit leven gericht en hij ontvlucht de dood. Hij mijdt dan alles
wat bij de dood hoort, wat ongeschikt is om het ware leven te wekken.
Hij wijst de dwaling en de leugen af omdat hij die herkent, daar de waarheid
in hem ze helder verlicht. Een levend geloof is de rots waarop mijn kerk
gebouwd is, maar dit stelt een leven in onbaatzuchtige naastenliefde voorop.
Waar dit beoefend wordt staan ook de poorten open waardoor men mijn kerk
kan binnengaan. En iedereen kan binnenkomen, Ik neem allen op die maar
het ernstig streven hebben tot Mij en mijn kerk, die Ik zelf op aarde
gesticht heb, te behoren.
Amen |