Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.7613
1 juni 1960

De Vader spreekt tot Zijn kind

U allen zult kunnen luisteren naar mijn stem in u en ze zal ook klinken voor u. Maar hoe zelden slechts brengt u mensen een zo innige band met Mij tot stand en blijft aan Mij denken. Hoe zelden geeft u Mij gelegenheid u aan te spreken doordat u zich bewust aan Mij wijdt om met Mij vertrouwelijk samenspraak te houden, terwijl u zich afsluit van de wereld en u verdiept in gedachten die Mij alleen als inhoud hebben. En u doet dit zo weinig omdat u er niet serieus in gelooft dat u Mij zou kunnen horen, dat Ik tot u spreek zoals een vader met zijn kinderen spreekt. De verhouding van kind tot Vader hebt u nog niet tot stand gebracht. Ik ben voor u steeds alleen maar de verre God die u niet durft aan te spreken en die daarom ook niet tot u kan spreken als een vader tot zijn kind. Maar u zou het altijd kunnen proberen. U zult u niet hoeven terug te trekken uit de wereld, u hoeft u alleen maar stil in uzelf te verdiepen, om dan in gedachten de weg naar Mij te nemen. U hoeft alleen maar te wensen mijn stem te vernemen en uw wens zal vervuld worden, wanneer u dan opmerkzaam luistert en let op de gedachten die dan in u boven komen, des te duidelijker, hoe inniger u zich aan Mij overgeeft, hoe groter het verlangen in u is Mij te horen. Want Ik zal u antwoorden omdat Ik niets liever doe dan met mijn kinderen te spreken met wie nu een vaste band van liefde Mij verbindt, de liefde van de Vader voor Zijn kind. En zou u dan durven dit meer dan eens te proberen, dan zou u gelukkig zijn over de innerlijke vrede die u vervult. Want u zou mijn nabijheid bespeuren en u in mijn nabijheid ook steeds geborgen weten. Ieder van u zou binnen deze zegen van mijn aanspreken kunnen komen, zelf wanneer hij zich niet bewust is dat het deze innige band met Mij is die hem de innerlijke vrede schenkt. Maar spoedig zal hij deze momenten die hij aan Mij schenkt, die hij in stille bespiegelingen doorbrengt niet meer willen missen, en zijn ziel zal rijper worden, want nooit zal hij zonder toevoer van kracht blijven wanneer hij Mij zelf gezocht en gevonden heeft.

Elke gedachte die naar Mij uitgaat, brengt zegen. Dat moesten alle mensen zich ten nutte maken en zich steeds weer in gedachten op Mij richten, want dan heeft hij al Mij zelf aangesproken en dan kan Ik hem antwoorden wanneer hij naar dit antwoord luistert, dat wil zeggen stil blijft en let op zijn gedachten die in hem boven komen. Dan trekt hij Mij tot zich en Ik kan dus altijd bij diegenen zijn, wier gedachten bij Mij zijn. Ze geven zelf aanleiding tot mijn aanwezigheid en steeds moet mijn tegenwoordigheid van nut zijn voor uw ziel. Daarom moet u zich vaak binnen de zegen van mijn tegenwoordigheid plaatsen, want het ligt aan uw wil dat u dat doet, dat u zich afwendt van de wereld en opstijgt in geestelijke sferen, waarin u dan steeds zult vertoeven wanneer uw gedachten bij Mij zijn. En dan zal uw ziel ook waarlijk niet meer in nood zijn, want ze wordt gesterkt door Mij zelf, die nu toegang heb tot haar, die haar nu kan toespreken en haar geeft wat ze nodig heeft om geheel rijp te worden in de tijd op aarde. Want Ik wil dat ze de volmaaktheid bereikt zolang ze op aarde vertoeft. En zodra Ik rechtstreeks op de ziel kan inwerken is ook haar voleinding verzekerd. En daarom wil Ik haar rechtstreeks kunnen aanspreken, maar dat moet uw wil zelf bewerkstellingen, dat u zich innig aan Mij overgeeft en begeert Mij te horen. Dan ben Ik zeker bij u en Ik spreek tot u zoals een Vader tot Zijn kind spreekt, wiens liefde Ik wil winnen voor eeuwig.

Amen