Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.7256
15 januari 1959

Levende christenen - De kracht van het geloof - De aanwezigheid Gods

Wanneer u in grote nood zult geraken, dan zal pas blijken of u levende christenen bent of u alleen maar als vormchristenen wordt bestempeld, die dan falen, wanneer zij zich moeten waarmaken. En deze tijd zal over u heen komen, waarin alleen een levend geloof u kan helpen, waarin u zich zult moeten waarmaken, waarin de kracht van het geloof moet worden beproefd, die juist alleen een levend geloof maar zal opbrengen. Het merendeel van de mensen heeft slechts een vormgeloof. Ze wijzen niet af wat hun werd geleerd, maar ze hebben zich nog niet serieus inhoudelijk met de leringen bezig gehouden. En zodra het eenmaal zover kom dat ze ertoe genoodzaakt worden naar hun God en Schepper te roepen, zullen ze Hem in de verte zoeken, omdat ze nog geen contact met Hem hebben. Een omgang die een uitwerking heeft als het voelen van de aanwezigheid van God. En zolang dit gevoel nog niet in de mens is, is God nog niet levend in hem geworden. En het geloof in God is slechts een lege zegswijze, want hij bezit het niet. Pas het gevoel van de aanwezigheid Gods kenmerkt een levende christen. En deze zal dan ook de geloofskracht bezitten die hem in grote noden de weg naar de Vader laat nemen en Hem om hulp vraagt.

Er zal veel leed en ellende over de mensen komen, juist om hun geloof op de proef te stellen. En het hangt niet van de kerkgenootschappen af. Want elk kerkgenootschap kan levende en dode aanhangers omvatten. Mensen die innige banden met God zijn aangegaan en anderen voor wie God de verre God is en blijven zal. Ze kennen Hem wel van naam, maar zelf hebben ze nog geen enkele band met Hem om Hem in geval van plotselinge nood aan te roepen om bijstand en hulp. Maar de nood komt. Hij moet komen ter wille van de mensen die onverschillig voortgaan en zelf nog niet hebben besloten hoe hun instelling is tegenover hun God en Schepper van eeuwigheid. Hij moet komen voor de mensen die menen christen te zijn en dit alleen in naam zijn.

Van allen wordt een belijdenis geëist voor Jezus Christus. En zo'n belijdenis afleggen kan alleen de mens die levend gelooft, maar kunnen niet diegenen die alleen maar weet van Hem hebben, maar nog niet de juiste verhouding met Hem tot stand hebben gebracht, die Hij eist om hun Verlosser te kunnen zijn van zonde en dood. Iedere mens kan eenmaal kiezen voor de juiste verhouding met Hem. En hij moet het in vrije wil doen, omdat het leven op aarde hem steeds weer gelegenheid geeft tot deze keus.

Maar wie traag is, wie steeds slechts een vormchristen blijft, dus wel op de hoogte is van de goddelijke Verlosser, maar nog nooit een beroep heeft gedaan op Zijn liefde en genade om uit zijn gebonden toestand verlost te worden, wie nog niet als een kind met zijn Vader heeft gesproken, zal eerst door lijden en noden moeten gaan om de weg naar Hem te vinden. Hij zal eerst zo gevoelig moeten worden getroffen, dat hem nog maar één uitweg overblijft: te vluchten naar God in Jezus Christus en daardoor te belijden dat hij levend in Hem gelooft, terwijl de vormchristen vaak nog zijn oppervlakkig geloof verliest wanneer het hard tegen hard gaat en hij daardoor bewijst dat hij nog geen enkele band had met Hem, de goddelijke Verlosser Jezus Christus, met God zelf.

Hoe dichterbij het einde is, des te noodzakelijker zal deze beproeving van het geloof zijn. Want de mensen zonderen zich steeds meer af, zelfs wanneer ze lid zijn van een kerkelijke gemeenschap. Er is echter alleen nog maar een schijnbare band omwille van de medemensen. Er is niets waars, levends meer dat tot een "gemeenschap van gelovigen" kan worden gerekend. De kerken zijn alleen nog wereldse organisaties, maar niet meer de aaneensluiting van diep gelovige mensen, die in Jezus Christus de stichter zien van hun kerk die alleen op vast geloof werd gegrondvest. En de mensen zullen daarom door het leven worden gedwongen een bekentenis af te leggen. Want de komende tijd zal zeer zwaar zijn voor veel mensen, maar voor de levende christen toch ook zegenrijk. Want hij zal de band met God steeds nauwer aanknopen. En hij zal door zijn geloof ook uit alle nood en benauwenis worden weggeleid. Want voor de levende christen bestaat er niets, wat niet met de "kracht van het geloof" zou kunnen worden overwonnen.

Amen