Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.6846
5 en 7 juni 1957

Het werkzaam zijn in liefde duidt op verandering van wezen

U allen moet alleen streven naar een levenswandel, waarin onbaatzuchtige naastenliefde tot uitdrukking komt. U allen zult dan nog zeer veel fouten moeten afleggen. U zult nog erg tegen uw zelfzucht moeten strijden. U zult uzelf moeten overwinnen, afstand doen en offers brengen, om uw medemensen te hulp te komen in hun nood. Maar u zult daardoor stap voor stap omhoog klimmen, want alleen een leven in liefde verzekert u van vooruitgang. Een leven in liefde betekent dus ook een verandering van uw wezen. De verandering van eigenliefde tot naastenliefde, het omvormen tot de vroegere geaardheid. Het betekent de weg naar de vervolmaking. Niets anders kan aan hetzelfde doel beantwoorden. Niets anders dan alleen een levenswandel in liefde kan u naar uw bestemming brengen. En u hebt er voortdurend gelegenheid voor, want het samenleven met mensen verschaft u zulke gelegenheden waarin u in dienende liefde werkzaam zult kunnen zijn.

Steeds weer zult u nood aantreffen en uw medemensen te hulp komen. U zult hen door bemoedigende woorden, goede raad en liefdevolle deelneming kunnen bijstaan en ook in hun harten wederliefde kunnen opwekken. En u zult steeds weer in situaties komen, waarin u uw offervaardigheid zult kunnen tonen, waarin u de eigenliefde zult moeten achterstellen en meer aan de naaste denken, wilt u zich houden aan de wil van God. En daardoor zult u zelf opwaarts gaan, want dan vervult u uw taak op aarde, u verandert uw wezen tot liefde. Deze verandering is voor vele mensen weliswaar moeilijk en vraagt een sterke wil, en toch zou u maar een poging hoeven te doen. U zou maar eenmaal de ernstige wil hoeven te hebben, dat uw aardse leven niet tevergeefs geleefd zou zijn, en het zou u steeds gemakkelijker vallen uw "ik" achter te stellen en voor de naaste te zorgen. Want elke daad van liefde bezorgt u kracht en versterkt uw wil. En spoedig zou het ook geen offer meer voor u zijn, maar u zou in werken van liefde uw geluk vinden, omdat u met elke daad van liefde dichter bij God komt, die zelf de Liefde is, en omdat u de toenadering tot God als gelukzaligheid ervaart.

Een mens die in de liefde tot de naaste opgaat, zal in stille tevredenheid en innerlijke vrede voortgaan. Hij zal geen aardse begeerten kennen, want hij zal ook hebben wat hij nodig heeft. De liefde die in hem is zal ook geen slechte gedachten in hem boven laten komen. Hij gaat met opgewekt gemoed door het aardse leven en oefent ook op zijn omgeving een goede invloed uit, want een liefdevol mens is al dicht bij zijn doel, omdat hij de aaneensluiting met God heeft gevonden door de liefde. Maar dit is alleen in geringe mate duidelijk voor de medemensen, die zich ook zonder enige dwang deze wezensverandering ten doel moeten stellen. Maar zijn voorbeeld - de in de daad omgezette leer van de liefde - zal heel wat meer tot navolging aansporen dan alleen maar waartoe woorden in staat zijn.

Het gaat in het aardse leven steeds alleen om deze verandering van wezen, om de omvorming tot liefde, om het bestrijden van de eigenliefde en het opgaan in de zorg voor de medemens. Maar de werken waaraan de liefde ontbreekt, volstaan niet. Want de "werken" doen het niet, maar de liefde die aan de werken ten grondslag moet liggen. En een waarachtig paradijselijk leven op aarde kan daarom alleen een menselijk geslacht verwachten, dat van liefde voor elkaar is vervuld. En elk werk van liefde draagt zijn zegen in zich. Het heeft zijn uitwerking op zowel de naaste als ook op de mens zelf die zijn liefde schenkt, terwijl al het denken en streven, al het werkzaam zijn en scheppen geen waarde heeft, wanneer niet de liefde daaraan ten grondslag ligt.

En dat is wat de mensen in de laatste tijd ontbreekt, wat hun steeds alleen maar onderwezen kan worden, maar wat ze bij zichzelf moeten beproeven, om de zegen van een onbaatzuchtige liefde te ondervinden. De mensheid is bijzonder sterk aan de eigenliefde ten prooi gevallen. En dit betekent hetzelfde als stilstand of achteruitgang. Maar het kan nooit een vooruitgang brengen en daarom moet steeds weer de liefde worden gepredikt en ook als goed voorbeeld de medemensen worden voorgeleefd, want zonder liefde kan geen mens tot voltooiing komen.

Amen