Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.4909
4 juni 1950

“Ik zelf ben het woord” - Evangelie van de discipelen

Verdiep u in het evangelie dat Ik u van boven doe toekomen en u zult inzien dat dit hetzelfde is als dat mijn discipelen hebben neergeschreven die dat deden in mijn opdracht. Steeds ben Ik het die tot u mensen spreekt als u mijn woord in ontvangst neemt, waar het ook is. Ik heb door mijn leerlingen tot de mensen gesproken en spreek ook nu nog, omdat mijn liefde niet beperkt is en bijgevolg ook mijn woord niet beperkt. Dus de uitstraling van mijn liefde die door mijn woord tot uitdrukking komt, houdt nooit op, wat voor u mensen wel begrijpelijk zal zijn wanneer u weet wat mijn woord oorspronkelijk is.

Ik zelf ben het woord. En dat moet voor u al het bewijs zijn dat Ik Me niet heb vastgelegd in letters en dat mijn woord altijd en eeuwig aan het geestelijke wordt toegezonden dat zich als mens op de aarde heeft belichaamd. Wel blijft mijn woord eeuwig hetzelfde omdat het als de enige waarheid van Mij uit nooit kan worden gewijzigd, maar u mensen verandert het door uw wil. U geeft mijn woord een andere betekenis zolang u nog niet door de geest verlicht bent. En alleen daarom moet Ik steeds weer mijn zuivere woord naar de aarde leiden, opdat mijn woord vervuld zal worden: hemel en aarde zullen vergaan, maar mijn woord blijft bestaan in alle eeuwigheid. Mijn woord, het zuivere evangelie uit de hemelen dat voor u steeds weer getuigenis aflegt van Mij en mijn liefde.

Zolang u mensen nog onvolmaakt bent, zult u niets volmaakts laten zoals het is. Veeleer zult u het steeds proberen te veranderen, juist door uw onvolmaaktheid. Dit is een natuurwet, dat niets zo zuiver blijft bewaard zodra het in een onzuivere omgeving komt. En de menselijke wil is veel meer op het onvolmaakte gericht en zal steeds omlaag trachten te trekken wat boven hem staat. Toch is het de vrije wil die van Mij uit onaantastbaar blijft, zodat het dus onvermijdelijk is dat Ik mijn leer nooit zuiver kan behouden. Maar steeds weer zend Ik de zuivere leer naar u die daarnaar verlangt.

Nooit zullen mensen zich de misvormingen van mijn oorspronkelijk zuivere leer bewust zijn, die niet zelf het diepste verlangen naar de waarheid hebben. Anders zou de dwaling niet zo verbreid zijn. En dezen nemen ook niet aan wat hun in liefde door Mij wordt aangereikt, want ze zijn blind van geest. Ze houden zich aan de letter en zijn onaangeraakt door de geest van mijn woord. Nooit zal Ik tot het uiterste gaan en nooit zal Ik ophouden de mensen de uitstraling van mijn eeuwige liefde te doen toekomen. En daarom zal Ik nooit ophouden zelf in het woord tot de mensen af te dalen, wat Ik u heb beloofd met de woorden: Ik blijf bij u tot aan het einde der wereld.

Wanneer Ik dus zelf bij u vertoeven wil, dan zult u Mij ook moeten kunnen vernemen. Want Ik ben leven, Ik ben kracht en dus ook het woord van eeuwigheid dat leven en kracht, licht en liefde tot uitdrukking brengt. Voor u mensen wil Ik niet de verre God zijn die u in Mij ziet. Ik wil voor u een Vader zijn, steeds dichtbij en altijd bereid u woorden van liefde te geven als u ze zult willen vernemen. Zoals Ik eens tot de mensen heb gesproken toen Ik op aarde wandelde, zoals Ik tot mijn discipelen sprak na mijn hemelvaart, in welke Ik in de geest verder werkte zoals tevoren op aarde, zo wil Ik ook steeds tot de mensen spreken als tot mijn kinderen. Ik wil hun woorden van liefde en wijsheid overbrengen om Mij aan hen bekend te maken als God, Schepper en Vader van eeuwigheid. En daarom zal Ik nooit ophouden in het woord bij mijn mensenkinderen te zijn. En Ik zal hun toch alleen hetzelfde overbrengen wat ook mijn leerlingen als evangelie van Mij hebben ontvangen, omdat het de zuivere waarheid is die behouden moet blijven, ook wanneer hemel en aarde vergaan.

Amen