BD.3560
27 september 1945
Het tijdstip kennen van het einde
Uitermate onjuist is het tijdstip van de ontbinding van
de aarde als veraf liggend aan te duiden, en bovendien is deze dwaling
schadelijk voor de zielen, omdat ze dan geen acht meer slaan op de vermaningen
en waarschuwingen van de laatste tijd. Net zo onjuist is het echter de
tijd te willen vaststellen want dit weten is voor de mens verborgen. Maar
God wijst door zieners en profeten steeds weer op het einde dat nabij
is, om de mensen aan te sporen een leven te leiden dat past bij een einde
dat snel plaatsvindt, om hen bewust te laten worden van de verantwoording
tegenover hun zielen en zich steeds op het einde voor te bereiden.
Het einde is nabij, maar de dag weet niemand buiten God. De tekenen van
de tijd wijzen wel op het einde, doch het zal plotseling en onverwacht
voor alle mensen komen, ook voor de gelovigen die weten en die hun best
doen een leven te leiden dat past bij het nabij zijnde einde. Menselijke
geestvermogens en menselijk verstand zullen nooit in staat zijn geheel
in het goddelijke plan van eeuwigheid binnen te dringen en daarom noch
de tijd, noch de wijze van het einde kunnen vaststellen. Alleen waar de
geest Gods werkzaam is, onderricht Hij de mensen, op welke wijze het einde
plaatsvindt, maar steeds de dag en het uur dat het gebeurt in het ongewisse
latend. Want dit heeft God zich voorbehouden en het ervan op de hoogte
zijn voor de mensen verborgen.
De gelovigen zijn weliswaar in staat aan het lage niveau van de geestelijke
ontwikkeling, de tijd van het einde te herkennen en als ze dagelijks dit
en evenzo de komst van hun Heer verwachten en zich met Hem innig verbinden
zullen ze het ook bemerken wanneer de dag van het gericht in aantocht
is. Wie echter de tijd van tevoren wil vaststellen, wie gelooft te zijn
ingewijd zonder een kennelijk werkzaam zijn van de geest, die zal met
zijn aankondiging dwalen en hem zullen de mensen ook geen geloof schenken,
want hij draagt er alleen maar toe bij het ongeloof aan het einde te versterken.
Zelfs de voorloper van de Heer, die door God zelf naar de aarde is gezonden
om de besluitelozen te redden, zelfs deze zal geen dag aanwijzen. Ook
hij zal het dichtbij zijnde einde verkondigen en de mensen steeds weer
vermanen, dit dagelijks en op elk ogenblik te verwachten. Hij is door
Gods geest verlicht en de geest van de Vader, die zich in hem en door
hem uit, kent waarlijk de dag en het uur. En toch houdt ook hij dit nog
voor de mensen geheim omdat het voor hen niet goed is dit te weten. En
zo zal het uur plotseling en onverwacht komen, zoals God het verkondigd
heeft - midden in de vreugderoes van de wereld zal Zijn stem weerklinken
- tot ontsteltenis van de ongelovigen, de gelovigen echter tot troost
en vreugde.
Amen |