Banner
voorwoord biografie register Duitse teksten downloads links

BD.1811
15 februari 1964

Menselijke "correctie" van de boodschappen van boven

De boodschappen van boven moeten onveranderd opgeschreven worden, anders verzet de menselijke wil zich tegen de wil van God. Elke boodschap heeft daarom zijn eigen doel, ook al herkent de mens vaak dat doel niet. En omdat reeds de verandering van één woord vaak aan de boodschap een andere betekenis geeft, zal op die manier het oorspronkelijke doel gemist worden.

God maakt zelf de mensen bekend met wat niet met Zijn wil overeenstemt, wanneer door menselijke onbekwaamheid Zijn woord niet zo is aangenomen als het werd gegeven. De mensen hebben dus geenszins het recht de boodschappen te veranderen, want hun beoordelingsvermogen is niet in staat een werk te toetsen dat niet alleen voor de tegenwoordige tijd bedoeld is - maar tijden moet overbruggen.

De mens kan wel het beste willen, maar moet toch een zekere graad van geestelijke rijpheid bezitten om over een kennis te beschikken die hem in staat stelt naar de wil van God correcties uit te voeren. Want menselijke kennis alleen maakt hem niet bekwaam de waarheid op zijn inhoud te toetsen.

Alleen de geest van God brengt de zuivere waarheid voort, en zolang de ziel van een menselijke middelaar niet in staat is deze waarheid woordgetrouw over te nemen, zal toch zijn denken zo geleid worden dat hij geen dwaling neerschrijft. De schriftuur mag dan misschien minder volmaakt zijn, zij is echter nooit helemaal fout.

Elke menselijke correctie kan echter dwaling in zich bergen en is daarom niet volgens de goddelijke wil. De geest van God kan zich des te zuiverder uiten naarmate de ontvanger minder weerstand biedt bij het ontvangen van de boodschappen, daarom moet elke vorm van eigen interpretatie tijdens het ontvangen van de boodschap achterwege blijven. Alleen de wil God te dienen is de beste waarborg voor een zuivere en ongehinderde ontvangst, en de ontvanger hoeft dan niet te vrezen iets anders neer te schrijven dan in de bedoeling ligt van de goddelijke wil. Deze wil behoedt het denken van de ontvanger voor dwaling, want wat God tot de mensen brengen wil zal Hij ook behoeden voor dat soort interpretaties die de aardse kinderen van de juiste weg zouden afbrengen. Het is waarlijk Zijn wil de mensheid de zuivere waarheid te geven en haar op de juiste wijze te onderwijzen.

Amen